Het monument
Nederlands Franšais Deutsch English








Het exterieur

De indrukwekkende gevel is rechtstreeks geïnspireerd door die van de veertig jaar oudere moederkerk van de orde te Rome: de ‘Gesù' of Jezuskerk, opgetrokken door Giacomo della Porta. Zo is deze voor Antwerpen toen hypermoderne kerk in feite een nieuwe versie van een ouder model. Bij een barokgebouw is vooral de gevel van tel. Deze moet de aandacht van de voorbijgangers trekken. Hier is het effect sterker en grandiozer dan bij de talloze barokke gevels te Rome omdat alle beschikbare middelen worden aangewend.

 

Geweldige afmetingen
Wie achter het scherm van de gevel gaat kijken in de Grote Goddaert of de Minderbroedersrui doorziet al gauw het geheim van deze façadepolitiek: de gevel is liefst 8 m hoger dan de nok van het dak. De nieuwe functie van de voorgevel als medium van publiekswerking overstijgt ver de gewone constructieve functie van het dak.

Evenwicht tussen verticale en horizontale beweging
De afmetingen zijn wonderwel gelijk in hoogte als in breedte (33,2 m.) zodat de gevel in een perfect vierkant ingeschreven staat. De verticale beweging wordt allereerst verkregen door de opbouw van de gevel. Beide parallelle traptorens met prieelbekroning vangen de verticale beweging van de voluten op en tillen ze opnieuw even de hoogte in. Een subtieler element van verticaliteit is de zgn. klassieke ordening van zuilen en pilasters: in de eerste geleding de zware Dorische stijl, in de tweede geleding de meer elegante Ionische met voluten en in de derde geleding de nog meer decoratief uitgewerkte Corinthische stijl. De horizontale dimensie wordt bewerkstelligd door de ongeveer gelijke hoogte van de geledingen.

Het warme gevoel dat de gevel uitademt is grotendeels te danken aan de crèmekleurige zandsteen van de dragende stenen en de meeste sculpturale motieven. In tegenstelling tot de monochrome barokgevels te Rome krijg je hier een contrastwerking door de grijze arduinsteen, aangewend voor de constructieve, meer aflijnende elementen als zuilen en pilasters, timpaanveld en een kroonlijst, plint en treden.

De sterk geprofileerde architectonische vormentaal van de barok draagt op zichzelf reeds bij tot de decoratie: zuilen en pilasters, balusters, alsook cartouches. Specifiek decoratieve elementen zijn schelpen, guirlandes, hoornen van overvloed, fruitkorven en maskers. Ook de figuren van heiligen en engelen geven reliëf. Het geheel wordt vrolijk bekroond door vergulde objecten zoals vuurpotten en kandelabers op de voluten ter flankering van het kruis op de top van de middenbeuk, en er is de grote pijnappel op het prieel van de traptorens.

Boodschap
De barokke gevel eist de aandacht niet voor zichzelf op. Hij verkondigt een boodschap van een hoger niveau. In de Kerk is het om Jezus te doen. Hij - de Redder, de Heiland, de Zaligmaker - wordt gesymboliseerd door het grote vergulde kruis in de top. En dat Jezus uit liefde bereid was zich te geven tot het uiterste, tot in de dood op het kruis zou, volgens enkele ontwerptekeningen van Rubens, nog benadrukt worden door twee grote engelen links en rechts op het fronton, elk met een werktuig van Jezus' lijden in de hand. De engel rechts met de drie nagels van Zijn kruisiging; de linker met de lans waarmee Zijn hart doorboord werd om de dood vast te stellen. Een derde engel zou het kruis in de geveltop ondersteunen. Het bleef evenwel bij een ontwerp.

Maria en Jezus
Die Jezus staat eenmaal volplastisch gebeeldhouwd in een werk van Hans van Mildert. Als Kind staande op de rechterknie van Zijn moeder zegent Hij de wereld, te beginnen met de voorbijgangers op het kerkplein. Hun waardigheid wordt beklemtoond door een baldakijn met zijdelings een afhangend gordijn dat door een engel wordt opgehouden.

Evangelisten
Jezus' evangelie is universeel en wordt generatie op generatie doorgegeven via alle beschikbare media. De eersten die daartoe hebben bijgedragen zijn de evangelisten. Zij staan in een nis in de zijtraveeën. Zij zijn te herkennen aan het attribuut onderaan hun voetstuk: rechtsboven Lucas met stier, rechtsonder Marcus met leeuw, linksonder Mattheus met engel, en linksboven Johannes die opwaarts kijkt ten teken van een nog sterkere hemelse inspiratie, met adelaar.

Apostelen
Daaronder zijn de apostelen vertegenwoordigd. De hoofdverantwoordelijke van de twaalf door Jezus uitverkoren leerlingen, Petrus, staat samen met die andere grote geloofsverkondiger Paulus aan de hoofdingang van de kerk.

IHS
De jezuïetenorde heeft haar blazoen in het midden van het gevelveld, wat nog meer opvalt door het contrast van de vergulde letters met de zwarte achtergrond. Volgens de oorspronkelijke Griekse lezing gaat het om de eerste drie letters van de naam Jezus (IΗΣΟΣ), volgens de in West-Europa meer courante Latijnse versie gaat het om de initialen van de belijdenis dat Jezus de redder van alle mensen is: Jesus Hominum Salvator. Te Antwerpen wordt niemand minder dan dé kunstenaar van het moment, P.P. Rubens, gevraagd het ontwerp te maken. Als geen ander weet hij dit kenteken speels in de kijker te plaatsen met zwevende engelen die het schild op triomfantelijke wijze omstuwen.

Ignatius van Loyola
Voor de buste van Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten, moeten we terug hoog opkijken. In feite wilden de jezuïeten deze kerk - als allereerste ter wereld - aan hem toewijden. Op het moment van de kerkwijding in 1621 is Ignatius echter nog niet heilig verklaard en dus moeten de jezuïeten hun toevlucht zoeken bij een officiële heilige. De keuze valt al gauw op Jezus' moeder Maria, die in de spiritualiteit van Ignatius een erg belangrijke rol vervult. Daarom dat in het gevelfronton de Madonna met Kind zetelt terwijl daaronder de buste van de voorlopig nog zalige vader Ignatius prijkt. Toch mankeert het hem niet aan eerbetoon: twee monumentale engelen mogen hem lauweren zoals eertijds gebeurde bij een Romeinse triomfator. Net één jaar later wordt hij heilig verklaard en sindsdien staat de kerk bekend als de Sint-Ignatiuskerk, de allereerste ter wereld.

 

 

Het interieur

 

De kerk is gebouwd, ingericht en gestoffeerd in een tijdspanne van slechts zes jaar: begonnen in 1615 en reeds gewijd in 1621.
De kerk is zeer modern voor haar tijd. Ontwerpen tonen zelfs een meer moderne centraalbouw, in het genre van de basiliek van Scherpenheuvel. Uiteindelijk wordt gekozen voor langbouw zodat men zich gemakkelijk tot een talrijk publiek kan richten. De driebeukige kerk met een lengte van 60 meter is ingedeeld in 9 traveeën. Beide zijbeuken zijn in hoogte en breedte net de helft van de middenbeuk. Omdat een dergelijk grondplan en opbouw eigen waren aan de vroeg-christelijke kerken of basilieken spreekt men hier qua bouwtype van een basilikale kerk.

 

Functioneel: een didactische ruimte
Omdat de jezuïeten voorrang geven aan het pastorale werk, bidden zij het dagelijkse getijdengebed individueel. Er is dus geen behoefte aan een lang koor, wat toelaat het hoofdaltaar veel dichter bij het volk te plaatsen. Nieuw is dat de zijbeuk twee verdiepingen telt. De galerijen werden gebruikt als vergaderkapel voor de Mariacongregaties van de jongeren en als catechisatielokaal voor de armere stadsjeugd. De jong gestorven jezuïeten-studenten Aloysius van Gonzaga (+ 1591) en Stanislas Kostka (+ 1568) worden de modelheiligen in beide kapelruimten. De beide traptorens zijdelings aan de voorgevel hebben elk een deur die van op het kerkplein rechtstreeks toegang verschaft tot een arduinen trap.


Om over een ruime en sierlijke kerk te beschikken heeft men gebruik gemaakt van een houten overwelving, die door haar geringer gewicht toelaat de muren van de middenbeuk te doorbreken met twee arcaden, rondbogen gedragen door decoratieve marmeren zuilen onderaan met Dorische, boven met Ionische kapitelen. Deze bouwtechniek zal de jezuïeten een eeuw later berouwen. Wanneer in 1718 de bliksem inslaat zal het brandende dak neerstorten op dit houten gewelf. De heropbouw van de zuilenbasiliek wordt toevertrouwd aan Jan Pieter van Baurscheit de Oude. Na 3 jaar kan de kerk haar (nieuwe) deuren weer openen. Doch de oude glorie is niet meer. Zo zijn de marmeren monolietzuilen vervangen door goedkopere exemplaren in grijze blokken natuursteen, die sneller op te bouwen zijn en die overigens onbeschilderd werden gelaten. Pas bij de restauratie in 1980-83 wordt een meer verzorgd effect nagestreefd door ze wit te schilderen, het is zeker nog geen echte marmerimitatie. 

 

Decoratief: een liturgisch feestzaal
Het interieur van de kerk heeft veel weg van een barokke feestzaal. De vreugde wordt in de barok mee opgewekt door exuberante decoratie. Kosten nog moeite worden gespaard. En al kan je de kerk in haar huidige aankleding moeilijk sober noemen, toch was ze vóór de brand van 1718 nog veel rijker. Hoe het interieur er aanvankelijk uitzag, weet men zeer precies dankzij het talloze afbeeldingen. Niet voor niets stond de jezuïetenkerk tot in 1718 bekend als de marmeren tempel. Marmers in alle kleuren en patronen vindt men o.m. aan de apsiswand, gespaard gebleven dankzij het stenen gewelf van de concha, het hoofdaltaar en de vloer met een speels zwart-wit patroon, vaak onterecht aanzien voor een labyrint.

 

De zijbeuken werden op beide niveaus afgewerkt met een vlakke zoldering, thans met stucwerk bezet, maar oorspronkelijk drager voor 39 plafondschilderijen van P.P. Rubens. Boven de apsiswand bestaat nog het oorspronkelijke tongewelf met vergulde caissons. Zó was de hele overwelving van de middenbeuk vóór de brand van 1718. J. P. Van Baurscheit de Oude vervangt het door een goedkopere en sneller uit te voeren oplossing van gordelbogen. Een nieuwe houten lambrisering bedekt de wand van de zijbeuken.








(c) 2016 MKA | vzw Monumentale Kerken Antwerpen
Groenplaats 21
2000 Antwerpen
Contact

Powered by ICOLEIS