Het erfgoed
Nederlands Franšais Deutsch English








Het hoofdaltaar: meer dan een tafel

 

Het eerste wat opvalt wanneer men een barokke jezuïetenkerk betreedt is het reusachtige hoofdaltaar. Het is uitgegroeid tot een portiekaltaar met één reusachtig beeldscherm ten aanschouwen van álle aanwezigen, ook die op de laatste rij. Het enorme altaarstuk meet 5,35 m. hoog. Om zijn rol als blikvanger optimaal te blijven vervullen beschikt het hoofdaltaar over de mogelijkheid het schilderij te vervangen. Om voor de nodige afwisseling te zorgen, hebben de Antwerpse jezuïeten een uniek systeem bedacht. Achter het altaar is een grote reservebak geconstrueerd, waarin vier diepe sleuven plaats bieden aan evenveel schilderijen. De vier doeken worden beurtelings door middel van een vast katrolsysteem ten tonele gevoerd naargelang hun thematiek overeenkomt met het tijdeigen van het liturgische jaar.

In de meditatiemethode van Ignatius' Geestelijke oefeningen vormt de zintuiglijke inleving in een bijbels tafereel de aanzet tot verdere reflectie. Vooral via de visuele voorstelling kan men zich hechter betrokken voelen bij de situatie waarin Christus of de heilige verkeert. Vandaar dat het zien een sleutelpositie inneemt in het begrijpen van een barokke kerk, zeker bij de jezuïeten.

Twee van de vier oorspronkelijke schilderijen, St.-Ignatius en St.-Franciscus Xaverius, zijn van de hand van Rubens (1617-18). Bij de opheffing van de jezuïetenorde in 1773 werden beide stukken aangeschaft voor de keizerlijke galerij te Wenen, nu het Kunsthistorisches Museum. De twee overige schilderijen van het hoofaltaar zijn nog beurtelings ter plekke te bewonderen: De kroning van Maria (Cornelis Schut) die ter plaatse gebleven is, en De Kruisoprichting (Gerard Zegers), die in 1839 terug kon worden aangekocht. In de huidige beurtrol van altaarstukken doet ook Onze-Lieve-Vrouw van de Karmel mee. Het werk van G. Wappers kwam er in 1840 in opdracht van de aartsbroederschap die in samenhang met het gelijknamige Mariabeeld uit het voormalige karmelietenklooster op de Meir naar hier was overgebracht. En wie heeft er een goed voorstel voor terug een vierde - hedendaags - schilderij?

De biechtstoelen

Om het private karakter van het biechtgesprek te ondersteunen, creëert het Concilie van Trente (1545-1563) een nieuw kerkmeubel: de biechtstoel. Aangepast aan de lichaamstaal kan de biechteling er zijn berouw nederig geknield tot uitdrukking brengen. De priester, zittend in het midden, aanhoort beurtelings de ene biechteling na de andere. Door de mens met gewetenswroeging niet recht in de ogen te kijken wordt het vrije gesprek bevorderd; tactvolle psychologie al enkele eeuwen vóór de sofagesprekken van Freud ...

Het ruime aantal biechtstoelen in deze paters-kerk voldoet aan een behoefte. De toeloop voor de biecht is zo groot - in de Paastijd wel eens 4.000 biechtelingen op een dag - dat men aan de zestien biechtstoelen op de beneden-verdieping, op de gaanderijen nog zes toevoegt voor de mannen. Mensen gaan immers dingen die het daglicht niet verdragen liever anoniem biechten bij een of andere pater dan bij hun vertrouwde pastoor. De biechtstoelen in de zijbeuken, toegeschreven aan J.P. Van Baurscheit (ca.1720), maken deel uit van de lambrisering. Oorspronkelijk waren ze tien in getal, nu zijn er nog acht, waarvan zes origineel.

Het ligt voor de hand dat de thematiek van de figuratieve voorstellingen te maken heeft met de biecht en dus met de strijd tussen goed en kwaad, en de opeenvolgende etappen van zonde, berouw, vergeving en boete. De engelenhermen aan de buitenzijde zijn iconografisch van geen belang, wél de twee engelen met attributen, in het midden. Enkele voorbeelden: het besef van eigen vergankelijkheid moet je helpen goed en kwaad beter naar waarde te schatten. St.-Ignatius raadt eenieder aan zijn doodsuur in overweging te nemen om zich beter bewust te worden van de strijd tussen goed en kwaad. Daarom een engel die mediteert over een doodshoofd met wormpjes. Verder een engel met een kerfstok, terwijl die aan de andere zijde met een spons een lei schoon veegt. Hoe deugddoend is wel de vergeving van God: wat je ook op je kerfstok hebt, spons erover en je mag opnieuw met een propere lei beginnen. Welke bezoeker zou hier niet even stilstaan bij de waarde van verzoening en misschien opgelucht ademhalen?

De Mariakapel: een ongewoon spektakel

Nog meer spektakel levert ons het optreden van de Madonna in de ongemeen rijke Mariakapel, een realisatie die mogelijk was door het mecenaat van de drie gezusters Houtappel uit Ranst, die door het leven gingen als ‘geestelijke dochters' in de jezuïetenspiritualiteit. Deze fantastische kapel is de plaats bij uitstek in Antwerpen om zich in vervoering te laten brengen door de speelse barokkunst. Hier lacht de barok je toe met het natuurlijke grillige lijnenspel van marmeren panelen, leuk beschilderde marmeren paneeltjes, natuurgetrouwe bloemen, maïskolven en druiventrossen in marmer, een plafond in stucwerk met symbolische eretitels van Onze-Lieve-Vrouw, de al dan niet gestileerde maskerachtige consoles en reliëfs. Wie zou hier niet met een blij gemoed vertrekken? Gelukkig bleef dit juweel bij de brand van 1718 gespaard.

De variatie aan kostbare marmersoorten is zo rijk dat lange tijd beweerd werd dat zij afkomstig zouden zijn uit antieke Romeinse paleizen. Bemerk o.a. twee panelen achteraan de kapel, zó verscheiden in kleurenrijkdom dat zij kunnen wedijveren met het beste afiguratieve schilderij. Let op de techniek om een symmetrische compositie te verkrijgen. Een blok geaderd marmer wordt in tweeën gezaagd zodat de marmernerven op de scheidingslijn van beide halve blokken in tweeën gezaagd zijn. Wanneer beide helften dan netjes tegenover elkaar geplaatst worden, krijg je een quasi spiegelbeeld.

Het barokke arsenaal aan decoratieve elementen toont zich op exuberante wijze. Op de witmarmeren pilasters van de triomfboog en op haast alle kapitelen van de biechtstoelen zijn maskers te vinden. Daarnaast zijn er ook nog talrijke gestileerde gezichten, guirlandes en festoenen, hoornen van overvloed, gestileerde zonnebloemen, schelpen en cartouches.

De predella-wand: het leven van Moeder en Kind
Het leven van Maria kun je volgen op de tien zeer merkwaardig taferelen, geschilderd door Hendrik I Van Balen (1560-1632) op de marmeren wanden, opzij en als predella van het altaar. Bijzonder speels hierbij is dat de nerven van de okerbruine marmeren ondergrond in sommige taferelen aangewend worden voor de rotspartijen terwijl voor de weergave van grote tempelarchitectuur geopteerd werd voor een ondergrond van wit marmer.

Het altaarstuk: de tenhemelopneming van Maria (Rubens)

Tussen twee gedraaide Toscaanse zuilen prijkt dan reuzegroot boven het altaar het hoogtepunt uit het leven van Maria: haar tenhemelopneming, geschilderd door de grootmeester Rubens. Omstreeks 1611 besluit het kerkbestuur van de O.-L.-Vrouwekathedraal tot de bestelling van een nieuw altaarstuk voor het hoogaltaar. De voorkeur van het kapittel gaat niet naar een kroning van Maria, waarvoor én Otto van Veen én Rubens elk een ontwerp indienen, maar naar een tweede ontwerp van Rubens dat de tenhemelopneming van Maria behandelt. Bij de uitvoering op paneel gaat de onderste partij op dit schilderij evenwel - in spiegelbeeld - terug op Rubens' ontwerp van de kroning van Maria, bewaard in de Hermitage in St.-Petersburg. Die uitvoering, voltooid in 1613, is echter nooit in de Kathedraal aangekomen, maar is beland in deze Mariakapel, die eerst na 1620 is gebouwd. In 1776 kocht keizerin Maria-Theresia het doek aan. Het hangt nu in het Kunsthistorisches Museum te Wenen. In 1925 hebben parochianen van St.-Carolus het origineel laten kopiëren zodat we toch een globale indruk van het oorspronkelijke geheel hebben.

De communiebank
De marmeren communiebank vervangt een houten exemplaar. Het eucharistische meubel is een geschenk van Anna Houtappel (1657), de laatste overlevende van de familie. Centraal staat de gekroonde naam van Maria. Haar bloemsymbolen: de roos van uitverkiezing en de lelie van zuiverheid zijn verstrengeld met de plantaardige symbolen voor Jezus in de eucharistie: maïskolven (i.p.v. de kleine graanhalmen) voor het brood van de hostie, het Lichaam van Christus, en druiven voor de wijn, het Bloed van Christus.

Plafondreliëfs met eretitels van Maria
Het plafond van de kapel heeft als hoofdmotief de naam van Maria met daar rond tal van mariale symbolen die voorkomen in de litanie van O.-L.-Vrouw, de zgn. litanie van Loreto. Vast staat dat P.P. Rubens het stucwerk ontworpen heeft. Een ontwerptekening van zijn hand wordt momenteel in het Albertina te Wenen bewaard. Als uitvoerder werd ook al eens de beeldhouwer Andries Colyns de Nole genoemd.

De heiligenbeelden
Van de zes levensgrote witmarmeren beelden uit het atelier Colyns de Nole zijn er vier gekozen als patroonheilige van de opdrachtgevers, de gezusters Houtappel en hun nicht Anna 's Grevens: de H.H. Anna, Christina, Catharina van Alexandrië en Suzanna. Schenker van de kapel was Godefridus Houtappel, heer van Ranst en Zevenbergen. Zijn grafsteen bevindt zich vóór het altaar en onder het altaar ligt de grafkelder van de familie. De wapenschilden van de Houtappels en de aanverwante familie ‘s Grevens zijn in de wandversiering opgenomen.








(c) 2016 MKA | vzw Monumentale Kerken Antwerpen
Groenplaats 21
2000 Antwerpen
Contact

Powered by ICOLEIS