De 15 mysteries van de Rozenkrans
Nederlands Franšais Deutsch English








De reeks van de vijftien Mysteries van de Rozenkrans werd omstreeks 1617 besteld voor de noorderbeuk van de domicanenkerk. Elf der beste schilders uit het toenmalige Antwerpen werden hierbij betrokken, onder meer Hendrik van Balen, Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Antoon Van Dyck.

Deze reeks werd niet door de dominicanen zelf besteld. De opdrachtgevers waren allemaal leden van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans:


Jan van den Broek, kapelheer van de Rozenkransbroederschap sinds 1611 en tevens stadsaalmoezenier


Adam Verjuys,


juffrouw Wissekercke,


Peter Bouvrey en Jan-Baptist de Vos,


Magdalena Lewieter,


Louis Clarisse,


de weduwe Vloers,


Peeter Sproenck,


de weduwe Capello,


de heer Colijns,


Cornelis Verbeeck


en tenslotte de enige dominicaan: pater Joannes Boucquet, prior van het klooster en naar alle waarschijnlijkheid inspirator van de cyclus. Hij was het die in 1605 te Lier een Broederschap van de Rozenkrans oprichtte, en in 1616 eveneens te Mechelen.

De datering van de reeks in 1617 is niet uit archivalische documenten gekend, maar door een 19de-eeuws opschrift op de luiken die ca. 1818-24 aan het schilderij van Rubens werden toegevoegd, en nu in de crypte bewaard worden. Maar stilistisch is deze datering zeker aanvaardbaar.

Zoals te zien op een interieurzicht van Peter I Neeffs uit 1636 (Amsterdam, Rijksmuseum), waren de vijftien schilderijen net zoals vandaag opgehangen tegen de noorderwand, boven de lambrisering met biechtstoelen. Van west naar oost volgden de vijftien mysteries elkaar op:


eerst de vijf blijde mysteries


de boodschap aan Maria,


het bezoek van Maria aan Elisabeth,


de geboorte van Jezus,


de opdracht van Jezus in de tempel,


het terugvinden van Jezus in Jeruzalem.



Vervolgens de vijf droevige mysteries


de doodstrijd in de Hof van Olijven,


de geseling,


de doornenkroning,


de kruisdraging,


de kruisdood van Christus.



En tenslotte de vijf glorierijke mysteries


de verrijzenis,


de hemelvaart van Christus,


de nederdaling van de H. Geest over de apostelen,


de tenhemelopneming van Maria,


de kroning van Maria.

Tussen De Doornenkroning van Antoon de Bruyn en De Kruisdraging van Antoon Van Dyck in, werd La Madonna del Rosario van Caravaggio ingelast. Dit schilderij (nu Wenen, Kunsthistorisches Museum) werd pas in 1623 door Rubens, Jan I Brueghel, Hendrik van Balen en anderen voor 1.800 gulden aangekocht en aan de Broederschap geschonken. In 1651 komt er verandering in de opstelling. Het schilderij van Caravaggio wordt gekozen als altaarstuk voor het nieuwe Rozenkransaltaar in de noorderdwarsbeuk.




De broederschap van de Rozenkrans werd door de Antwerpse dominicanen opgericht ter gelegenheid van de zeeslag van Lepanto, waarbij de katholieke vloot op 7 oktober 1571 de zege behaalde op de Turken. Deze overwinning was te danken aan het bidden van het rozenkransgebed, een initiatief van de dominicanerpaus Pius V. Dit verklaart waarom de dominicanen een bijzondere voorliefde vertonen voor de Rozenkrans, die ook in het Antwerpse dominicanenklooster alom uitgebeeld werd: op schilderijen, beelden, reliëfs, en vooral op de lambriseringen van de biechtstoelen. De broederschap bestaat nog steeds, en schonk door de eeuwen heen meerdere kunstwerken aan de St.-Pauluskerk, onder meer vier doeken over de slag van Lepanto door Jan Peeters in 1671, en vier glasramen door Marc de Groot in 1971.








(c) 2019 MKA | vzw Monumentale Kerken Antwerpen
Groenplaats 21
2000 Antwerpen
Contact

Powered by ICOLEIS