Het monument
Nederlands Franšais Deutsch English








Als parochiekerk kon Sint-Jacob - in navolging van de O.-L.-Vrouwehoofdkerk - onderdak bieden aan de altaren van een aantal kleinere ambachten en gilden zoals de turfdragers en de zijdebewerkers. De muzikanten, rondom de beklagenswaardige Job, tonen graag hun inspirerende blaas- en strijkinstrumenten. Voor sommigen beroepen kan hun patroonheilige doorgaan als een professioneel model, zoals houtzager St.-Jozef en advocaat St.-Ivo die ‘pro Deo' voor de armen pleitte. Ook tal van broederschappen beleven hun devotie in een eigen kapel. Die van de Heilige Drievuldigheid bv. ijverde voor de vrijkoop van christen slaven in Noord-Afrika. De voornaamste broederschappen, met de ruimste kapel - nog steeds actief, zijn die van O.-L.-Vrouw en die van het Heilig Sacrament.

 


Na voltooiing van het koor wordt er in 1656 een kapittel opgericht. Aan deze groep van collega-kanunniken ontleent de kerk haar status van ‘collegiale' kerk (tot in 1802). Dagelijks kwamen zij hier in vaste gebedstijden ter ere van God zingen in het koorgestoelte. In deze lofzang delen de flora en fauna in het houtsnijwerk; hun fantasierijkdom grenst werkelijk aan het ongelofelijke (vader en zoon A. Quellin, 1658-'70).

Alle aandacht gaat evenwel uit naar de verheerlijking van Jacobus op het zwierige en triomfantelijke hoofdaltaar (A. Quellin de Jonge, 1685). God troont er onder een (houten!) baldakijn in de vorm van een enorme, opengewerkte St.-Jacobsschelp. Een andere vorm van ‘Spielerei' tref je aan bij de marmeren communiebank van de Sacramentskapel (Willem Kerrickx en Hendrik Frans Verbruggen) waar het zware en harde karakter van de materie verdwijnt voor de lieftallige voorstelling van schattige misdienaar-engeltjes en bijzonder natuurgetrouwe vruchten.


De talloze (graf-)monumenten vertellen over een zelfverzekerde rijke bankier, over een door doodsangst gevelde Spaanse veldheer, en een ontroerende ascetische jonge kartuizermonnik. Nog nooit een zwijn zien eten in een kerk ? Vraag dan even naar de Verloren Zoon bij een van de biechtstoelen.

 

Van de oorspronkelijke gotische en vroeg-renaissance kunstwerken moet je niet te veel sporen meer verwachten. Daarvoor hebben beide beeldenstormen in 1566 en 1581 te lelijk huis gehouden. Na de calvinistische bezetting wordt de kerk in 1585 teruggegeven aan de katholieke eredienst. De heropbloei van het katholieke geloof zorgt voor een ongemeen rijk barok kunstpatrimonium met een overvloed aan marmersoorten. Dat de St.-Jacobskerk dit integraal heeft weten te behouden is uitzonderlijk. Dit heeft ze te danken aan een beëdigde priester die tijdens het Franse revolutionaire Bewind trouw zwoor aan de Republiek en bij wijze van beloning over een kerk naar keuze mocht beschikken. In feite is het aan deze vorm van collaboratie dat de Sint-Jacobskerk het behoud van haar rijk patrimonium dankt. Een ernstig verlies betreft evenwel de meeste gebrandschilderde glasramen op het einde van de Tweede Wereldoorlog.








(c) 2019 MKA | vzw Monumentale Kerken Antwerpen
Groenplaats 21
2000 Antwerpen
Contact

Powered by ICOLEIS